|
 |
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
Jan van Arckel 2 - OSC’45 3 |
| |
Geen woord over de scheids dit keer. Geen goed woord. Ook geen kwaad woord. Gewoon geen woord. Zou ik daar in kunnen slagen? Want alle negativiteit rondom de vrijwillige, hun zondag opofferende, zwarte-geklede medemensen heeft ook nog een extra schaduwzijde: ze krijgen te veel aandacht in mijn verslagen. Terwijl er op de rest van het veld nog zo veel moois gebeurt. Dat dan niet in het verslag komt te staan. Omdat een bepaalde manspersoon met een visuele beperking danwel gekleurde lenzen (nee, niet Bart, die laat hij, uitgehoond, al een hele tijd thuis) in de respectievelijke thuiskleuren de sfeer bepaalt en met zijn fluit de aandacht opeist (nee, weer niet Bart, dat is niet op het veld). Geen woord meer. En als er één wedstrijd zich leent om met dat voornemen te beginnen dan die van heden zaterdag wel. Nou, nog een paar dan: dit keer maakte de Mol in het Zwart van een zekerheidje voor 3 punten voor OSC er door zijn vlijtige fluitspel een voor de neutrale toeschouwer evenwichtigere strijd van. Dat is ook wat waard. Daargelaten dat er geen neutrale toeschouwers waren. Maar, ach, kleinigheidjes blijf je houden. Nu echt geen woord meer over het Donkere Gevaar voor de Lieve Vrede in de Orthense Kleedkamer.
Over naar het moois in het veld: daar gebeurt nét dat waarvoor heel ’t Derde nu al een aantal wedstrijden siddert en beeft: een verdediger verliest een bal op de helft van de tegenstander. Die met een fikse en lange pass zijn spits weet te bereiken, die aardig ongehinderd de lange hoek opzoekt om daarin de bal te deponeren: 1-0. Even daarvoor leek het heel aardig te lopen bij OSC dat andermaal met een compleet omgegooide opstelling het veld had betreden om te constateren dat daar minder gras stond dan het woord veld deed vermoeden. En ze lieten er ook geen gras over groeien, zoals dat dan heet. Nee, ze hadden de zandmat al flink geteisterd met fleurige combinaties die echter in schoonheid stierven door het gehobbel en gebobbel dat de bal eigen was heden zaterdag.
Gelukkig bestaat er ook nog het opportunisme dat bijvoorbeeld Geert eigen is. Een leep passje op zijn rechtervoet deed wonderen: hij pegelde richting goal en mocht zelfs de paal aan de buitenkant raken. Peter is wat dat betreft toch een ander soort speler. Hij dwingt met zijn spel een basisplaats in de spitspositie af, krijgt één goede bal en drukt direct af: 1-1. Van wie die bal was, dat ben ik na 20 hardgekookte eieren, 15 paasbroden, 33 eierzoektochten totaal vergeten. Een prijsvraag hiervoor is bij deze uitgeschreven en het voornemen om het verslag voortaan weer direct na de wedstrijd te typen is bij deze ook gedaan. Rust.
Die bracht goede voornemens en pessimistische uitspraken over de invloed van dat wat niet meer genoemd gaat worden. Dat zou dat wat niet meer genoemd zal worden te veel eer geven. En dat nooit. Na de rust konden nog een aantal wisselspelers wat aan hun conditie werken, want verder speelde alles zich af in de schaduw van de Grote Katachtige-reflexenshow. Met de eerste katachtige reflex maakte Maurice een hoopgevende Ammerzodense aanval onschadelijk door die op de rand zestien in de kiem te smoren met een soort kattensnoekduik. In mijn geheugen heb ik nog beelden van een soort verlengde reflex daarachteraan, waarmee hij ook de tweede inzet keerde, maar idolatrie (en zoek dat gerust eens op, als je niet te arrogant bent om wat te leren) kan ook met je herinnering op de loop gaan.
Met de tweede katachtige reflex op de doellijn en de daarbij behorende katachtige schreeuw maakte hij ook de tweede en laatste Arkelse doelpoging onschadelijk, en passant zich matig blesserend en ruimte gevend aan de reserve-doelman voor wat handenarbeid in de laatste tien minuten. Gebeurde er nog wat in de buurt van het andere doel, zult u zich inmiddels afvragen. Wel, het ontbrak er in ieder geval aan katachtige reflexen, maar dat kan ook gekomen zijn door de geringe doelgerichtheid van de Orthense aanvalsgolven.
Ik zou zeggen, het stond reeds in de sterren geschreven (en vooraf ook vast al in het boekje van diegene, die ik geen woord meer zal gunnen) dat er hier maar maximaal één punt te halen was. Even voor de koele statistici onder u: ’t Derde heeft dit seizoen tot op heden 22 punten behaald, waarvan 18 in thuiswedstrijden en 4 in uitwedstrijden. De puntendichtheid voor thuiswedstrijden is 75% en die voor uitwedstrijden 22%. Dat kan mijns inziens maar tot twee mogelijke verklaringen leiden: of de opwarming van de aarde heeft een zodanige mate bereikt dat de thuisfluiter voortaan alle seizoenen broedt of het voorgaande, maar dan aangevuld met: en ook op de OSC-velden! Slaap wel en hoedt u, ook bij u in de buurt kan de lastige thusifluiter opduiken!
GvD. |
|
| |
 |
|
|
|
 |
|
 |
|
|
| |
|
|