|
 |
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
OSC ’45 3 - CHC 3 |
| |
Als grootgrutters van het Orthense voetbal, waren we weer eens in staat om een zware (oranje kleedt slechter af dan zwart, Jamal, heb ik weer wat geleerd op de training) delegatie af te vaardigen naar het tweede en toch nog representatief mét gevulde bank (en zelfs gevulde sofa van Guy, gevulde sofa van Frank K. én gevulde sofa van de zus van Jeroen) aan te treden tegen onze vrienden uit de West, die vorig jaar nog zo goed liepen op een dieet van niets dan de herinnering aan een in nachtelijke uren verorberde maaltijd (voor de gewone man heet dat Ramadan). Zelfs de zuipers van de avond ervoor hadden we niet nodig, waar we vorig jaar nog tot net voor de start van bijna elk wedstrijd de horizon hoopvol aftuurden op een ontnuchterende laterik. Nee, die tijden van schaarste zijn voorbij en dat was direct na de aftrap wel te zien. Als jonge honden stormden Bob, Mark en Henrico op de goal af. Bob legde zelfs nog af op Henrico, maar die en ik citeer ’wilde niet het risico lopen snel op voorsprong te komen met het scenario van vorig jaar in gedachten’. Daarover later meer. Eerst de 1-0. Want die kwam van het gouden been van Loeki (met 1 oor, maar met 3 gouden benen geboren, die jongen) en laten we toegeven, ons, de rest, de talentloze harde voetarbeiders van ’t Derde rest slechts één ding bij zo’n goal: we kusten collectief zijn gouden been. Hij genoot. Veel verder kwam ’t Derde niet in de eerste helft: te gehaast de aanval zoeken die dan weer te gehaast het doel zocht, dat zich niet liet vinden, met name niet door de bal van de voet van OSC.
De rust bleek een aangename periode om nog eens wat anekdotes op te halen (volgende keer een haardvuurtje erbij, een platte en dode tijger ervoor en wat glühwein ofzo) en Henrico lichtte zijn bewust gemiste kans nog een toe met een melancholische uiteenzetting over het doemscenario van vorig jaar: 2-0 voorkomen en dan toch weer op een 2-2 terechtkomen. Voorspellende gaven heeft hij niet (anders deed hij op zondag iets anders dan met ’t Derde mee ploeteren een casinootje ?), maar in de tweede helft viel de 2-0 van Geert G. die de bal Robbiaans liet stuiteren op 10 cm voor de keeper die er maar geen vat op kreeg. Onderschatting of een kortdurende depressie (de vallende blaadjes zijn weer in het land), je komt er niet achter, maar feit is dat de 2-1 er via een makkelijk verkregen penalty redelijk snel inlag. En dan die 2-2 ook nog: gezamenlijk keek ’t Derde naar Henrico: geen MOTM voor jou, mannetje! Maar ja, niets is zoals vorig jaar: ’’t Derde gooide de beuk erin, de schouders eronder, rechtte de rug, stak de kin omhoog en de borst vooruit en stroopte de mouwen op. Individuele klasse deed de rest: Mark kapte en draaide en - wat één gevolgde training niet kan doen - had nu wel voldoende energie over om hem met zijn houten linkerpoot de kruising in te jassen: 3-2. Jassen, dat deed de keeper van CHC ook. En wel de piepers van Bob. Met zijn tot schilmessen geslepen noppen en een gerichte karatetrap. De bal op de stip was een logisch gevolg. En met een Nistelrooijiaanse zekere tred liep Frank S. naar de bal. Opeisen en afdwingen heet zoiets in voetbaljargon. Ophijsen en uitwringen was het geworden in de kleedkamer als Frank S. niet weer eens (en het is niet de eerste keer dit seizoen) geassisteerd werd door het witte schaap uit de familie. Kort gezegd: Koen stond ernaast en gaf de bal nu wel de ram die hij niet had gekregen: 4-2. Nog een slotoffensiefje dan, Mark had de smaak nu echt te pakken en met een verbeten trek rond de mond maakte hij de 5-2. Een aanmoedigingsprijs in de vorm van een MOTM-toekenning was dan ook op zijn plaats. Rudy, jij hebt dat niet echt nodig, klasse kan iedereen overal herkennen. Jongens, volgende week een verslag van Jeroen (als hij nu wel eens meespeelt) of misschien zelfs van Guy (als Maurice geen maandstondenhoofdpijn meer heeft). Rest mij niets anders dan een
GvD |
|
| |
 |
|
|
|
 |
|
 |
|
|
| |
|
|