|
 |
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
OSC ’45 3 - Helvoirt |
| |
Johan op de training. Het is weer eens wat anders. Lepe passjes en grove slidings, het was weer een tijd geleden. Eerlijk als hij is, openbaarde hij in de derde helft eindelijk zijn aanwezigheid: hij had gehoord dat je als je op de training komt, een grote kans maakt om in het wedstrijdverslag te figureren. Slaap lekker, Johan, dat is echt alleen als je speelt en dan ook nog goed. Of extreem slecht, dan natuurlijk ook, die laten we echt niet ongenoemd. Of juist wel, als straf. Maar die training, daar hoorde ik wel een rake opmerking van Bart. Hij gaf - als reden om niet meer de oude en uitgesleten grote rondjes complex te hoeven gelopen om een voor ons nog onduidelijke reden (Anders onverkoopbaar aan de gemeente? Gaan we koeien houden nu ’Boer zoekt vrouw’ door Michael naar Orthen wordt gehaald? Zware week gehad?) - een uiteenzetting over de wetenschappelijk bewezen waarde van de warming-up, kort gezegd: het helpt niet! Onder de indruk als we waren, deden we er verder het zwijgen toe. Dat kun je aan ons wel overlaten, dat zwijgen. Maar goed, naar de wedstrijd. On-derde-achtig begonnen we fel aan de wedstrijd en werden de minimaal 5 tot 10 (in de eerste helft toen Robert er nog in stond zelfs wel 15 tot 20) jaar jongere tegenstandertjes strak vastgezet met hun rompertjes in hun riempjes op hun eigen stukjes veldjes. Heb ik deze denigreerende toon niet al eens eerder gebruikt? Ja, dat was toen ik drie dagen later die hate-mail kreeg van die vader die zijn zoon voor God aanzag. En het was toch een lantaarnpaal. Voorzichtig als ik ben om respectvol om te gaan met de medemens, zal ik verder geen verkleinwoorden gebruiken. Toch was daar Fransje (vergeef me, zo noemen we hem nu eenmaal, het zal met zijn driftbuitjes te maken hebben...), die met een schitterend hakschuivertje iemand aanspeelde (sorry, dit typmachinetje heeft meer geheugen dan ikzelf) en die iemand gaf door op de instormende Guy, die in een vloeiende beweging met zijn linkervoet zijn rechtervoet aanspeelde (die kende Wiel Cöver vast nog niet), die dan vervolgens flink uithaalde richting links naast de keeper. Dat was genoeg voor de 1-0 (jammer,Svetlana/Nata(sh)/(j)a, voortaan op tijd komen). Verdiend was het ook nog en er hadden er stiekem gewoon nog twee of drie bijgemaakt moeten worden, maar de respectievelijke vizieren stonden niet op scherp.
De rust bracht onderlinge verdraagzaamheid, rustig gelurk aan de thee, opbeurende woorden aan de rug van Robert en de gezamenlijk uitgesproken wens zo door te gaan. Het leek wel de bank van Idols. Jongens, Bart zei nog zo, het nut van warming-up is niet wetenschappelijk bewezen. En laat ik daar aan toevoegen: het nut van wensen uitgesproken in de rust is nog niet eens wetenschappelijk onderzocht ! Dus doe dat nu niet, scheld elkaar liever de huid vol omdat je weer gewisseld wordt, zwets over onzinnig doorgebrachte zaterdagavonden, de laatste misser van Vennegoor of desnoods Hesselink, de nieuwste aanwinst van pak-’m-beet-maar-niet-te-hard Engelen 1 of wat dan ook. Maar niet dat lieve, saamhorige, eensgezinde gedoe. Er komt niets goeds van. En er kwam ook niets goeds van: Maurice was helemaal uit zijn evenwicht en schatte zelfs zijn eigen lengte verkeerd in (1-1) en Fransje, nog zo’n jongen voor wie een onrustige rust belangrijk is, ging zelfs in discussie met de scheidsrechter, terwijl we allang besloten hebben daarvoor William weer eens in te vliegen (5 minuten uitblazen) en dan nog Bob, die je in de rust normaal gesproken tijdelijk achter slot en grendel moet isoleren en paardenvlees moet voeren om hem kalm te houden, had van alle liefde weke voeten gekregen (geen 2-1, geen 3-1 en geen 4-1). Hoe kom ik nu voorbij die vervelende ^*&%^*%^* zonder hem te noemen, ach wat ook, laat het gezegd zijn. Een blauw smurfje dook op naast Paul en onder Geert en had voor de verwarring zijn smurfenmutsje uit gelaten, en dat is niet eerlijk, smurfje. Het bleek geen moppersmurfje, maar een smurfenvoetbaltalentje met een klein smurfenvoetje dat geniepig een smurfenkromminkje aan het balletje gaf, dat in het uiterste hoekje van het netje zijn plekje vond (1-2, voor de in slaap gevallen lezertjes). Pfoe, dat is er uit. Die vervelende frustratietjes van uw verslaggevertje, het zal hem nog eens zijn nekje kosten. Jongens, of beter gezegd, mannen, de volgende bezigheden op zondagavond na een verloren wedstrijd zijn wetenschappelijk bewezen nuttig: huilen, nog eens huilen, schreeuwen, swaffelen, nog eens swaffelen, je kussen bedanken dat dié niét zeurt als je swaffelt, je vuisten ballen, je tanden verbijten, je hoofd tegen de muur slaan, met servies gooien, een ruzie creëren zodat je met nog meer servies kunt gooien, moet ik nog verder? Het is allemaal wetenschappelijk bewezen, maar helpt het? Helpt het echt? Nee, dat vervelende gevoel heet verliezen en dat raak je gewoon pas kwijt door de tijd zijn helende werk te laten doen. Er is een dunne lijn tussen winnen en verliezen. In het voetbal heet die de doellijn. Sterkte, de komende week... GvD |
|
| |
 |
|
|
|
 |
|
 |
|
|
| |
|
|