|
 |
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
SCI Zwanenbergroep 3 - OSC’45 3 |
| |
Op wat zal blijken een leerzame zondag te zijn, wil ik die leerzaamheid met graagte nog wat voortzetten met een basislesje psychologie. Veel meer zit er ook niet op, want ik ben erg slecht in het schrijven van wedstrijdverslagen van verloren wedstrijden, mijn geheugen voor de wedstrijddetails laat mij dan nog sterker in de steek als anders en als je een verhaaltje wilt lezen over hoe goed, technisch en leep de tegenstander wel niet is, ga dan naar de website van Den Dungen. Dat zal na enkele smadelijke nederlagen tegen laagvliegers overigens ook wel afgelopen zijn. Let op mijn woorden. Maar daar liet ik even een negatieve emotie de boventoon voeren en dat mag beslist niet het geval zijn. Zo slecht was het nu ook weer niet van Orthense zijde, alleen verre van goed genoeg was het dan weer wel. En zo kan ik nog wel even doorgaan met wauwelen, maar u zat op uw basislesje spychologie (ja, geef het maar toe, zo las u het de eerste keer, heb ik gelijk of niet?) te wachten. De basis van de psychologie gaat er namelijk vanuit dat u geen holenmens meer bent en het elkaar de kop inslaan bij emoties van tristesse, boosheid of andere narigheid achter zich gelaten heeft. De helft van de lezers zal zich nu bedenkelijk achter het oor krabben. Had ik al eerder verraden dat u dit niet hóeft te lezen? Ik verraad het als toegift gewoon nog een keer. In die kop zit volgens de psychologen dus een geest en die geest speelt rare spelletjes. Is dat een geest als in spook dan, hoor ik u andermaal denken? Nee, dat is het niet, een spook is namelijk een wit laken met een lage stem die ’hooeeeooee!’ roept en denkt dat hij dan angstaanjagend is. Een geest dat is andere koek, al heeft niemand er ooit ook maar één gezien, zelfs die psychologen niet. Je zou dus kunnen zeggen dat spoken waarschijnlijk bestaan en geesten vermoedelijk niet. Hoe het ook zij, een zeer raar spelletje van deze geest is het bedenken van onwaarheden wanneer die geest geconfronteerd wordt met de werkelijkheid van alledag, zoals bijvoorbeeld het verlies van een voetbalwedstrijd door een nog ongeslagen team vol aanstormend talent, verliezen van een setje Gestelse arrivées die nog slechts één-en-een derde wedstrijd gewonnen hadden (ergo, 4 punten). Deze onwaarheden noemen de spiegelogen (ik zal het maar schrijven zoals het voornamelijk gelezen door u gelezen zal worden) ’afweermechanismen’. Zoals wetenschappers betaamd, zijn ze het er niet over eens hoeveel er precies zijn. Echter, een kwartiertje kleedkamer der verliezers na afloop van boven aangekondigde wedstrijd en nog een aantal met zachte stem uitgesproken one-liners in de derde helft en je krijgt zo’n beetje een indruk van de mogelijkheden op het gebied van deze afweermechanismen. Voor de privacy heb ik de namen verhaspeld, dat moet toch genoeg zijn lijkt me, gezien het aantal verwacht niet-intimi-meelezers. We beginnen deze confronterende opsomming met de rationalisatie, waarbij de persoon in kwestie verstandelijk en bewust redenerend tot een rechtvaardiging van zijn op emotie gebaseerde acties probeert te komen: ’Om te kunnen winnen moet je weten wat verliezen is’ (Bro). Bij ontkenning spreekt de persoon dan weer de feiten tegen om het negatieve gevoel niet te hoeven confronteren: ’Nee, ik werd gewisseld omdat we een te groot aantal aanvallers hadden deze week, niet omdat ik constant liep te mauwen. Dat is de ex- van mijn broertje, dat ben ik niet’ (Narcisfo). Een instinkertje is de projectie, waarbij de eigen gevoelens aan een ander worden toegeschreven: ’Nee, die Gestelaren, die balen pas echt dat ze gewonnen hebben’ (Anonymus). Dat heb je ook altijd mensen die de zonnige zijde trachten te benadrukken en alvast naar de toekomst kijken middels het afweermechanisme identificatie, een soort gijzelaarssyndroom als in dat je de mensen die je zojuist een nagel hebben uitgetrokken voor losgeld en nooit meer zouden vrijlaten, uitgebreid gaat bedanken: ’Ik denk dat ik bij SCI ga spelen, bij ’t Derde is het niet meer wat het geweest is’ (Lopo).
Een wat makkelijker te begrijpen reactie is de verplaatsing. Hoewel het je eigen gevoelens zijn zoek je gewoon een andere locatie voor ze: ’Hun waren net Albanië, ook niet door héén te komen’ (Kram). Dan heb je altijd nog de passief gebleven slachtoffers die uit zo’n hete strijd komen en die maken graag gebruik van regressie, een soort opnieuw starten met duimzuigerij als het spannend wordt: ’Ik kreeg geen bal en stond toch bijna altijd helemaal vrij en dat vind ik niet eerlijk’ (Knarf). De vermetelen (als in: de brutalen) komen dan altijd nog weg met de zgn. loochening, waarbij de werkelijkheid gewoon als niet bestaand wordt afgedaan: ’Ik stond er wel bij, maar ik deed niet mee en had aan dit verlies dus part noch deel’ (Kone). Met een schoolvoorbeeld van overdekking door het tegendeel sluiten we de rij en daarmee het leerzame wedstrijdverslag van een wedstrijd die overigens voor de pijnlijk nieuwsgierigen in 3-1 eindigde (één maal Mark): ’Het was toch weer een leerzame dag vandaag’ (Oekil). Het laatste afweermechanisme zal ik verder onbenoemd laten, want sublimatie is het middels een als intellectueel of kunstzinnig of allebei aangeschreven hobby (bv. schrijven) verwerken van je verliezen. I rest my case, GvD. O, ik kreeg nog een nagekomen voorbeeld van sublimatie via de e-mail dat ik u niet wil onthouden, and I quote: ’Mijn voorstel, laten we weer als team gaan spelen, gun elkaar de bal, coach elkaar in de aannamen, accepteer elkaars gebreken en prijs elkaars sterke punten. En maakt iemand een fout, so be it, accepteer de opmerking, en klaar’ (TOMM).
|
|
| |
 |
|
|
|
 |
|
 |
|
|
| |
|
|