Digikrantje

Heeft u het digikrantje gemist? Download het laatste digikrantje als pdf of word document
 
 

 
 

 
 
Home
Programma
Uitslagen
Junioren
Senioren
Nieuws
Bakenflits
Over OSC'45
OSC'45 Jeugdtoernooi
 
Spelletjes
Fotoalbums
Gastenboek
 
Sponsoren
Supportersclub
Club van 100
 
Alle rechten voor behouden
© www.osc45.nl
 

 
 

Nieuws

 
 
 
 

Scheidsen beantwoorden uw vragen (3)

  (herhaling eerdere uitgave)

"BUITENSPEL"

Enkele weken geleden vroeg de redactie van Het Baken aan u om vragen te stellen aan scheidsrechters. Vanwege het grote aantal daarvan geven wij u de antwoorden in delen; vandaag DEEL 3, het laatste deel:

Vorige aflevering besloten we met de vraag naar de “meest overtreden regels”, waarbij regel 11 van het Voetbalreglement ter sprake kwam:

- komt mooi uit: Wat is dat nu precies “buitenspel”?

“Nou, da’s in feite heel makkelijk. Da’s één zinnetje. Als een speler vraagt, een supporter of wie ook: waneer staat een speler buitenspel?, dan zal ik de regel letterlijk opnoemen:
Een speler staat buitenspel als hij op het moment van spelen van de bal dichter bij de doellijn van de tegenpartij staat dan de bal en de voorlaatste verdediger. Dan sta je buitenspel.
Dan zijn daar zeven uitzonderingen op, en dat zijn dus de dingen die het moeilijk maken:
Als je de bal ontvangt van een tegenstander
Als je twee tegenstanders tussen jou en de doellijn hebt
Als je op je eigen speelhelft staat
Uit een hoekschop, doelschop, inworp en scheidsrechtersbal
Dan heb je 7 regels, uitzonderingen, waarop je nooit buitenspel kunt staan.
En dan: het moeilijkste is om de buitenspel te kunnen beoordelen; voor een scheidsrechter moet hij kijken, als die uitzonderingen niet van toepassing zijn, bij een buitenspel-staande speler: wanneer moet hij die bestraffen?
Die moet je bestraffen wanneer hij voordeel trekt uit zijn buitenspel-positie, als hij het spel belemmert of als hij als zodanig het spel beïnvloedt.
Bij een speler, die dus in een eerdere buitenspel-positie stond maar toen nog niet strafbaar, dan wordt hij strafbaar op moment dat een van die drie elementen op hem van toepassing is.”

- Op verzoek een voorbeeld:

“Er wordt door de rechts-buiten een schot op het doel gelost, van buiten het 16-meter-gebied.
Op dat moment staat de links-buiten op de rand van het 16-metergebied, of net erbinnen, net buitenspel.
Maar op dat moment gaat die bal nog helemaal niet naar hem toe.
Nou komt die bal via de paal of via de lat of via de doelverdediger (!) bij die speler die dus buitenspel staat op het moment van schieten, dan moet de scheidsrechter die buitenspel staande speler bestraffen als die speler A) – voordeel trekt (als hij de bal anneemt en op het doel afgaat trekt hij dus voordeel) of B) zou hij roepen naar een medespeler om te reageren dan is het dus het “ingrijpen van” of als hij C) door zijn looprichting net bij een verdediger zou lopen, daardoor de zaak beïnvloedend.
Als die linksbuiten die buitenspel staat, als daarop een van die drie elementen betrekking krijgt, dan wordt hij bestraft voor buitenspel.”

- Dus je kunt eigenlijk “vertraagd” buitespel staan?

“Ja, dat kan. Je kunt buitenspel staan maar onbestraft omdat je eigenlijk niet aangespeeld wordt of op andere manier deelneemt aan het spel. Als hij dan weer wel deelneemt aan het spel (de bal aanneemt, bijv.) nou dan trekt hij voordeel of hij beïnvloedt of hij belemmert het spel, en als een van die drie elementen op de speler van toepassing is of wordt op die buitenspel staande speler, dan moet de scheidsrechter bestraffen.”

- Dat weten we allemaal niet zo precies….

“Nee, dat weten heel veel mensen niet.
Daarom is er ook altijd zo’n discussie over dat buitenspel”.

- Welke regel begrijpt in het algemeen het publiek (lees: supporters) het slechts?

“Ik denk dat je dan dezelfde twee regels kunt noemen. Regel 12 = overtredingen en wangedrag, want daarin snappen ze ook vaak niet waar de scheidsrechter mee bezig is of wat hij moet bestraffen of niet moet bestraffen.
En de Regel 11, die dus op papier makkelijk is, maar die vaak heel veel discussies oproept, van welke positie de speler staat te spelen en hoe is de positie van de scheidsrechter en van de assistent-scheidsrechter: die is mede-bepalend om juist daarin te kunnen oordelen.
Dat zijn zo’n beetje wel de regels die het publiek niet snapt.”

- In het betaald voetballen is een “vlagger” eigenlijk assistent-scheidsrechter en mag ook vlaggen als hij overtredingen ziet. In het amateurvoetbal is dat niet zo…. ?

“In het amateurvoetbal is dat niet zo en wèl zo: als je in het amateurvoetbal ook met neutrale grensrechters (assistent-scheidsrecters) arbitreert, neutrale! (dus geen club-gensrechters)…
…want dáár ligt meestal, de goede assistent-scheidsrechters van de club niet te na gesproken, maar in belangrijke situaties of in bepaalde situaties steekt die “club-man” natuurlijk, want die is voor de club, die steekt dan zijn vlag soms eerder en sneller omhoog.
En ja, wat ik altijd tegen assistent-scheidsrechters zeg: Ja, je zult niet Heiliger zijn dan de Paus, maar als de bal door de verdediger bijv. met de hand gespeeld wordt dan zul je niet vlaggen en als het de aanvaller is zul je wel vlaggen, want dat is een beetje inherent… en het is ook wel begrijpelijk, en daarom zijn er veel scheidsrechters die zeggen: Nou, club-assistent-scheidsrechters laat ik zo min mogelijk voor overtredingen vlaggen en de neutrale assistent-scheidsrechter die moet mij dus assisteren en dan kan de scheidsrechter ook makkelijker in zijn wedstrijd lopen met volgen en dergelijke, dan kan hij iets meer aan die man overlaten.
Maar hij blijft wel heel de wedstrijd ook verantwoordelijk voor de ontwikkelingen in de wedstrijd en hij zal ook de hele wedstrijd door toch de man in de gaten moeten houden of hij niet op een gegeven moment, bewust of onbewust, een fout maakt. Daar wordt de scheidsrechter dan op afgerekend”.

“Nog even een toevoeging: vroeger was het bij een overtreding die werd gemaakt dan moest de scheidsrechter altijd overtuigd zijn of het “opzettelijk” was, niet alleen met hands, maar of ‘ie opzettelijk een speler duwde of trapte; tegenwoordig heeft de scheidsrechter iets meer verruiming daarin gekregen en dat is het OOG, zoals je het schrijft en zoals je het zegt en dat is:

O - Onvoorzichtig
O - Onbesuisd
G - Gepaard gaande met buitensporige inzet

Dus als een speler een van deze drie elementen tentoon spreidt in een wedstrijd, dan is de scheidsrechter bevoegd daarvoor te fluiten en evt. naar rato van de handelingen die daarna nog verricht worden (duwen, slaan of trekken) om evt. disciplinaire straffen uit te delen, gele danwel rode kaart.”.

Namens alle lezers van Het Baken (“Bakenflits”) heeft uw redactie uiteraard de heer Jo van Balsfoort hartelijk bedankt voor de heldere en uitvoerige antwoorden.

Op de hoofdpagina van OSC’45 kunt u onder “Bakenflits” eerdere delen (en andere Bakenflitsen) eenvoudig terug vinden.

Wilt u zelf iets als Bakenflits aandragen? Graag! Het is tenslotte UW Baken.
Bericht aan UW Bakenl
 
Geplaatst 6 Nov 2011
Terug naar de vorige pagina