|
 |
|
 |
| |
|
|
| |
|
|
Uitslag |
| |
De huid-arts heeft het er allemaal maar makkelijk mee: Hij ziet de uitslag al vóórdat hij aan een onderzoek begint.
Op een dag zit ik op mijn kantoor een prachtige offerte in elkaar te timmeren, waarbij uiteraard niet hamer en spijker doch het toetsenbord mijn gereedschap is.
Plots valt mijn oog op de rug van mijn rechter-hand: die ziet er inene rood en raar uit. Even later doet de linkerhand kennelijk mee...
Half uurtje daarna menen beide handen zoiets als tartaartje te moeten gaan spelen, zo vreemd en rood en rauw wensten ze zich aan mij te tonen.
Ongerust begeef ik mij naar Orthen en ontdoe mij van mijn kleding. Tot grote schrik bemerk ik dat zo ongeveer alles behalve mijn nek en blubberkop zich tot het tartaar-geloof heeft bekend en ik raak toch wel eeeerg ongerust.
Na zo’n kleine 20 jaren absentie tref ik mijzelf nog dezelfde dag bij de huisarts.
Deze pakt een opwekkend plaatjesboek ter hand, duimendik en vol met afbeeldingen van de meest onsmakelijke en etterende huid-foto’s, alles in de bedoeling mijn vreemde huidsituatie plaatjeskijkenderwijze te vergelijken en aldus tot een vorm van diagnose, van „uitkomst“ te geraken.
„Bloedonderzoek, dan maar eerst“, zegt hij stellig, aldus pogend te verhullen dat de plaatjes kennelijk geen uitkomst brachten. Ik wacht de 4 dagen tot de uitslag van dat onderzoek niet af en ben na één dag alweer terug: het werd gekker en gekker met die huid en ik wenste een huid-arts als het kon. Het kon.
Uurtje later tref ik een in witte jas gestoken specialist die nog het meeste weg heeft van Arthur Docters van Leeuwen (u weet wel, van voorheen de BVD), inclusief dikke wangen en nog dikkere brilleglazen.
„Recentelijk ziek geweest?“, vraagt hij. Ikke: „Ja, een keelontsteking“. „Dacht ik al“ mompelt hij zelfverzekerd en begint een receptje neer te spijkerschriften.
„Drie maal daags hele lichaam mee insmeren en bij de zuster even een afspraakje maken voor controle over drie weken. U heeft psoriasis“ stelt hij.
Al met al heeft deze „aanval“ van die vervelende en uiterst genante huidziekte me een jaar fors bezig gehouden. Alweer een paar jaartjes ben ik, op ellebogen en knieën na, „normaal“. Althans wat huid betreft.
De „uitslag“ was dus psoriasis en de weg naar die uitslag toe was angstwekkend en benauwend.
Dat hebben wij als OSC-voetbalfans gelukkig allemaal niet. Geen angsten, geen etter-plaatjes, geen zorgen, geen artsen, geen onderzoeken ...
Op of langs het veld kennen wij grosso modo onze krachten en kwaliteiten wel en kunnen tevoren inschatten hoe die der wederpartij liggen.
Geen jaar-lang gehannes met zalfjes en wat dies meer zij... Er zit weleens een mindere dag tussen, maar daar blijft het dan ook bij.
Erik van Rooij is bevlogen in zijn uitleg van-hier-naar-daar en de al stapjes makende weg die onze selectie daartoe zal afleggen. Zalf gebruikt hij niet, zelfs geen zalvende woorden.
Hij is ook zeer regelmatig te zien bij onze jeugd en gebruikt ook daar zijn enthousiasme om de weg mede te helpen zien. Eigen „kweek“.... belangrijk...
Eigenlijk lijkt Erik toch wel een beetje op een huid-arts: Stap voor stap naar „beter“.
En: Erik en de jongens gaan samen steeds opnieuw voor een goede uitslag!
Peter Anshof van Gijn
REAGEER! OF ga naar lijst eerdere columns (Schrijver is vaste columnist van OSC’45. Op positief/kritische wijze volgt hij van alles, natuurlijk voornamelijk zaken die OSC’45 betreffen of raken. Dat doet de columnist geheel los van de mening van andere OSC-ers en, uiteraard, geheel los van de mening van bestuurders. OSC’45 en haar bestuurders zijn niet verantwoordelijk voor hetgeen in de column wordt geschreven)
|
|
| |
 |
|
|
|
 |
|
 |
|
|
| |
|
|