Digikrantje

Heeft u het digikrantje gemist? Download het laatste digikrantje als pdf of word document
 
 

 
 

 
 
Home
Programma
Uitslagen
Junioren
Senioren
Nieuws
Bakenflits
Over OSC'45
OSC'45 Jeugdtoernooi
 
Spelletjes
Fotoalbums
Gastenboek
 
Sponsoren
Supportersclub
Club van 100
 
Alle rechten voor behouden
© www.osc45.nl
 

 
 

Nieuws

 
 
 
 

Zwaluw vfc 4 - OSC ’45 3

  Er overheen gaan. Echt zo’n woordencombinatie die voor meerdere uitleg vatbaar is.
Zeker op zondagochtend. Zo kun je bijvoorbeeld over de schreef heen gaan. Daar hebben we dan vorige week een goed voorbeeld van gehad, en nog meer aandacht daarvoor en de paarden(vlees)fluisteraar zou dat als een aanmoediging kunnen zien om zijn acties voort te zetten. Laat ik duidelijk zijn: dat is het niet! We willen Bob niet nóg een zondag moeten missen omdat hij in een privé-kliniek in Londen zijn geschonden aangezicht laat herstellen (en meer hoeft echt niet bij je hoor Bob, wij waarderen je wel zoals je bent, dus laat je niks aanpraten door die geldwolven die zich dokters noemen). Maar we hadden het over er overheen gaan en zondagochtend. Sinds Romario bijvoorbeeld weten we allemaal dat je dat niet voor de wedstrijd moet doen, want daar wordt je ’een beetje moe’ van. En zijn herfst-winter-lente-depressie daargelaten, kon hij het blijkbaar weten, want als hij niet scoorde was hij moe, wat dus -ik zie nu pas het licht, vergeef me - zal hebben betekend dat hij niet kon ophouden met scoren. Daarom waren zijn tellingen van zijn scoringsmomenten waarschijnlijk ook altijd een stuk hoger. Het is wat, met die taalbarrière.
Er overheen gaan. Ik ging er overheen op zondagochtend. Het moment was de eerste minuut, het lijdend voorwerp aanvankelijk de bal, mijn positie laatste man en mijn handicaps een bonkige spits en wat wind: 1-0. Ik ging er overheen en er onderdoor, maar jullie zetten je er overheen en dat waardeer ik. Hoezeer voetbal ook een teamsport is, het opportunisme van ’als je wint, heb je vrienden’ ligt toch altijd op de loer. Nu weet ik: als je er overheen gaat, heb je toch nog vrienden. Of in ieder geval: ze nemen de moeite te doen alsof. De bonkige elleboog, mijn bloedende lip (de papparazzi lagen al op de loer) en de 2-0 waar ik niets mee te maken had in negatieve zin (behalve, zoals Michael vanaf de kant juist opmerkte, dat ik in geen velden of wegen te bekennen was) deden de rest voor mijn hervonden vechtersmentaliteit. En dan is er altijd nog Johan die je met een opbeurend woordje op het juiste moment wisselt. Dit overigens niet nadat François met een droge knal met links onze ogen opende voor het enige zwakke punt van de keeper van de tegenstander: de goal. Rust en 2-1.

En de rust bracht geen sombere overpeinzingen en doet dat al een aantal weken niet meer.
Geen geslagen honden dus, die met een achterstand in de zak hun thee mismoedig naar binnen slorpen. Jongens, laten we eerlijk wezen, sinds we over dat swaffelen begonnen zijn, lijkt het wel alsof wij zelf de behoefte hebben gekregen om geslagen te worden. Dan wel niet halfhard en onverwacht op ongeveer 1 meter hoogte, maar toch in ieder geval met 1 of 2 doelpunten om de oren. En dan vanuit de underdogpositie onze kwaliteiten bovenmatig etaleren. Ziek stelletje zijn jullie. En een voortrekkersrol daarin, we kunnen er echt niet omheen, onderdoor of overheen, is weggelegd voor F.B. (ik gebruik zijn initialen, want ik weet niet of de Swaffelzedenpolitie meeluistert). F.B. namelijk, was nog niet koud in het veld (en dan bedoel ik het veld in de tweede helft, F., want wisselen durven we je niet meer) of hij streepte nu met zijn goede voet de bal achter de goalie: 2-2. Die had daar niets van gezien, denk ik, en balde vrolijk verder. Dat moest ook wel, want niet gehinderd door zijn eigen verdediging kwam hij oog in oog te staan met de vlot (een week, Johan, een week doen zelfs gymleraren daar maar over) van een drievoudige beenbreuk herstelde Koen, die voor de vorm nog wat klaagde over pijntjes maar de vrolijke huppel waarmee hij zijn 3-2 vierde, sprak boekdelen (How to keep Johan your friend, part one and two).

En wie is er sneller dan de wind, die ons in de tweede helft in de rug steunde? Het is Frank, echt waar. Ja, jullie geloven dat niet, maar die achterlijn stond gewoon te dichtbij. Zagen jullie dat niet? Dat had die Swallowterreinknecht in de rust gedaan! Gelukkig, hoeft Frank van zichzelf die achterlijn niet altijd te halen en legde hij al zijn gram over de MOTM-punten-die-nooit-naar-de-dienende-maar-o-zo-belangrijke-spelers-gaan in zijn schot. Zoooooooooeeeeeeeffffffffff, hoorde de keeper andermaal, en dacht dit keer vast weer: hebben ze de achtste baan van Schiphol in Vught neergelegd? : 4-2.
Zo, we zijn er bijna hoor, jullie kunnen weer aan het werk of aan de afwas, want die uitgesleten Boss-key (of: Wife-key, wat je verkiest) begint ook te veel op te vallen.
Alleen nog die 5-2, ik verklap het vast, moet nog komen. En wie kun je er voor het laatste schot op zondag in de kruising - voor het gemak het zondagsschot geheten - beter bij hebben dan Jeroen? Niemand, hoewel, je moet ook nog een Loeki hebben om te fluisteren: neem jij ’m maar Jeroen, ik heb al genoeg gehad. En met deze spreekwoordelijke teamgeest, gedragen door bescheidendheid en opofferingsvermogen, sluiten we dit keer af: snaveltjes toe, handjes boven de deken en bedenk wel, nog even een glimp op bovenstaande werpend: het is nú een doordeweekse avond en we spelen pas weer op zondag...

GvD
 
Geplaatst 10 Mrt 2008
Terug naar de vorige pagina